SoVa
Sociale Vaardigheidstraining (SoVa)
Theoretisch kader
Gedurende de training wordt onder andere stilgestaan bij sociale cognities. Onder ‘sociale cognitie’ wordt verstaan het denken over andere personen, over relaties tussen andere personen en over regels en afspraken in de interactie (wisselwerking/ contact) tussen personen. ‘Theory of mind’ is een begrip uit de literatuur wat in dit verband ter sprake komt. ‘Theory of mind’ heeft te maken met vaardigheden om aan jezelf en aan anderen gedachten, gevoelens, ideeën en intenties (bedoelingen) toe te schrijven en op basis daarvan vooruit te lopen op het gedrag van anderen.
Doelstelling
Binnen de training wordt geprobeerd leerlingen ‘nieuw’ gedrag aan te leren naast het al bestaande gedrag. In bepaalde situaties is het bestaande gedrag zeer goed bruikbaar. Kortom: binnen de training wordt gewerkt aan een verruiming van de gedragsmogelijkheden van de leerlingen zodat zij adequaat kunnen (blijven) functioneren.
Doelgroep
De SoVatraining is bedoeld voor leerlingen van het Parallelleerjaar en de Reboundafdeling. De leerlingen die aan de training deelnemen zijn vaak geneigd om steeds op één specifieke wijze te reageren en zijn onvoldoende in staat gebleken om hun gedrag aan de desbetreffende situatie aan te passen. Ze vertonen sociaal onhandig gedrag en komen hierdoor (ongewild) in de problemen. Vaak gaat het om leerlingen die te weinig weerbaar en te angstig in het contact met anderen (sociaal teruggetrokken), of te ongeremd zijn, snel ruzie maken en te weinig rekening kunnen houden met een ander (sociaalagressief). Aan de hand van de observatiegegevens, de dossiergegevens, de onderzoeksresultaten en overleg tussen orthopedagoog, mentor, leerling en ouder(s)/verzorger(s) wordt er besloten of een leerling in aanmerking komt voor deelname aan de SoVatraining.
Werkwijze en unieke elementen
Voorafgaand aan de trainingscyclus vindt er een interactieve ouderavond plaats op school. Hierbij worden zowel de leerlingen die de training gaan volgen uitgenodigd, als de ouder(s)/verzorger(s). Door middel van een presentatie van verschillende lesonderdelen maken de leerlingen en ouders(s)/verzorger(s) kennis met de inhoud van de training.
De training omvat 10 bijeenkomsten. Deze worden geleid door twee interne trainers, te weten een vakdocent en een orthopedagoog. Eén groep bestaat uit maximaal 6 leerlingen.
Voortdurend wordt binnen de training geoefend met sociale vaardigheden. Iedere bijeenkomst oefenen leerlingen de behandelde stof van die les in rollenspelen. Een ander onderdeel van de training is de wekelijkse huiswerkopdracht, de klus. Op deze manier experimenteren de leerlingen buiten de trainingsruimte met nieuw aangeleerd gedrag. Zo laten zij zien dat ze in staat zijn dit in de praktijk te brengen. Na iedere trainingsbijeenkomst volgt er informatie overdracht tussen de trainers en de mentoren over de voortgang van de leerlingen die de training volgen. Ook zijn de mentoren op de hoogte van de behandelde lesstof van de trainingen. Hierdoor kunnen de trainingen ook ingebed worden in de lessen in de klas.
Ter afsluiting van de training vindt er een certificaatuitreiking plaats. Alle leerlingen die de training met een voldoende hebben afgesloten ontvangen dan een certificaat.
Inhoud
Thema’s die gedurende de trainingsbijeenkomsten aan bod komen zijn: luisteren, een gesprek voeren, invoegen in een groep, het op een passende wijze contacten leggen met andere jongeren, een praatje beginnen, complimenten geven en ontvangen, omgaan met weigeringen, omgaan met negatieve druk van vrienden, het uiten van een klacht, pesten, reageren op kritiek, het toegeven van fouten en onderhandelen.